Terugblik op een geslaagde permablitz

20151212_Wilgenhof_Aanleg voedselbos-34Vorig weekend was het zover. De zwarte elzen, sleedoorns, meidoorns, vogelkersen, lijsterbessen, rode kornoeljes, Gelderse rozen, kardinaalsmutsen, zoete kersen en hazelaars lagen “gepralineerd” in de compost op ons te wachten. Twee dagen zouden we bomen planten, maar de zaterdagploeg vloog er met zoveel kracht en goesting tegenaan, dat de klus op één dag al geklaard was!

Dankjewel Judith en Melissa om mee te helpen met de voorbereiding!

Dankjewel Rik, Zjef, Dirk, An, Leen en Bruno om te helpen met planten!

Dankjewel Judith en Lut om zo lekker voor ons te koken!

Dankjewel Rik, Judith en Melissa voor de nazorg! (= insmeren van de boompjes met de “Sepp Holzer smurrie”, bestaande uit verschroeid haar van paarden, geiten, varkens en honden, vermengd met lijnzaadolie, kalk en een goeie verse koeienvlaai, tegen konijnenvraat).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

(Fotografie: Zjef, Dirk, Judith, Esmeralda)

Permablitzen in Hof ter Wilgen

20130605_hof ter wilgen_0032 kopiëren (1)In m’n vorige post kon je al lezen over de recentste plannen op Hof ter Wilgen: de aanleg van een voedselbos. Een eerste stap is de aanleg van een energieke houtkant, waarvoor we ook vrijwilligers zoeken om mee te helpen. Met ons tweetjes krijgen we dat immers niet rond op één weekend. Enkele mensen lieten al weten dat ze zouden komen, waarvoor dank!

Helaas was er een fout in het oorspronkelijke bericht geslopen, namelijk de data van de boomplantactie. Door omstandigheden hebben we die moeten wijzigen. De actie gaat nu door op 12 en 13 december op Hof Ter Wilgen, Maroiestraat 10 te Viane. We beginnen telkens om 9.30 u totdat het donker wordt.

Wat neem je mee?

  • werkhandschoenen
  • waterdichte schoenen of laarzen
  • (eventueel) regenkledij
  • (indien mogelijk) één of meerdere spade(s)

Gastvrouw Judith zorgt voor een lekkere lunch. Voel je je niet erg geroepen om bomen te planten, maar wil je wel mee helpen koken, dan ben je zeker en vast ook welkom.

Zoek je overnachting, dan is het mogelijk om in de yurt van Hof ter Wilgen te verblijven. Neem dan je slaapzak mee en een handdoek.

Voor wie de permacultuurtuin van Hof ter Wilgen nog niet kent, organiseren we ook een rondleiding op zondagmiddag (15.30u).

Heb je interesse? Laat het ons weten via eeuwige.moes@gmail.com, welke dag(en) je komt, of je al dan niet blijft slapen en of we je eventueel moeten oppikken aan het station van Viane-Moerbeke.

Deze activiteit gaat enkel door indien het weer het toelaat. Bij slechte weersvoorspellingen (vorst, sneeuw, teveel regen) zullen we op vrijdagavond 11/12 een bericht sturen aan al wie zich aangemeld heeft.

Voor meer info over het opzet van dit project: zie het vorige bericht op deze blog.

We gaan bomen planten!

De vorige keer hield ik een pleidooi voor meer voedselbossen. Awel, laten we dan maar meteen ook de daad bij het woord voegen! Wie mij hier een beetje volgt, weet dat ik fan ben van Hof ter Wilgen, een permacultuurparel in de Vlaamse Ardennen. Deze B&B van Judith heeft een tuin van ongeveer één hectare, zeer divers, maar één ding ontbreekt er nog: een voedselbosje.

En daar zullen we nu stap voor stap iets aan veranderen!

Hof ter Wilgen heeft nog een weide waar niets bijzonders mee gebeurt. Vroeger zaten er schapen, vorig jaar twee geiten en sedertdien wordt er gewoon twee keer gemaaid. Het perceel is een kleine 30 are groot. Het ligt aan de rand van het domein, langs een weggetje (waarlangs bijna niemand komt) met aan de overkant helaas gangbare landbouwgrond dat uiteraard ook als dusdanig behandeld wordt (meststoffen, pesticiden,…). De weide ligt ook iets lager dan de omliggende percelen…

DSCI0027kleinWe zullen beginnen met de randen (ZO-Z-ZW. Momenteel staat er al een rij (zeer oude) knotwilgen, die om de acht jaar moeten geknot worden. Dit vormt al een barrière maar dat is niet voldoende. We zullen er twee houtkanten voor plaatsen. Bedoeling daarvan is

  • een barrière te vormen voor de weg en de gangbare percelen ernaast
  • een windbarrière te creëren aan de ZW-W zijde
  • visuele barrière
  • vogels en insecten aantrekken

Beperking is wel dat er bij het knotten van de wilgen plaats moet zijn om de takken te laten vallen, en tevens moet er voldoende plek zijn om de takken weg te brengen.

De eerste houtkant is een “energieke houtkant”. Naast de wilgen komt er een dubbele rij zwarte els met inmenging met diverse soorten om meer biodiversiteit te verkrijgen. Telkens de wilgen geknot worden, kan deze rij later telkens mee gesnoeid worden tot op de grond. Naast de doelstellingen die ik hierboven heb opgesomd, heeft deze houtkant als bijkomende functies:

  • stikstoffixatie door zwarte els
  • brandhout
  • op lange termijn evt. vervanging van de wilgen wanneer die sterven.

Voor de inmenging streven we naar zoveel mogelijk biodiversiteit. Bij de keuze van de soorten trachten we ook een goede verdeling te krijgen van bloesems en bessen over het hele jaar heen. Ook kiezen we hier voor streekeigen soorten.

Naast de energieke houtkant komt er een breed pad. Aangezien deze houtkant regelmatig mee gesnoeid zal worden, is er nood aan een tweede barrière, een extra houtkant, om windgaten te vermijden. Deze extra houtkant ligt al iets verder van de straat en is ook al beter beschermd. Daarom kan deze eetbaar zijn. Bijkomende functies van deze extra houtkant:

  • eetbaar
  • visueel aantrekkelijk.

Tijdens het weekend van 12 en 13 december gaan we de energieke houtkant aanleggen. We maken er meteen een permablitz van. Heb je zin om hier aan mee te werken? Laat het alvast weten via eeuwige.moes@gmail.com. Binnenkort volgt nog meer informatie via deze blog!

Waarom voedselbossen meer aandacht verdienen

Toen ik een tijdje geleden het boek “Creating a forest garden” van Martin Crawford las, botste ik op pagina 54 op een tabel waarvan ik toch even grote ogen opzette. De tabel geeft in grote lijnen weer op welke manier je de stikstofbehoefte kan voorzien met verschillende stikstofbronnen (stikstoffixeerders, compost, enz…). Wat mij vooral frappeerde, was het grote verschil in stikstofbehoefte tussen éénjarige gewassen en meerjarigen.

Zo schat Crawford de stikstofbehoefte van éénjarige groenten op 28 g/m2, die van stevig groeiende meerjarigen op 8 g/m2 en die van gemiddeld groeiende meerjarigen op slechts 2 g/m2.

Ik weet het, ‘t is nogal kort door de bocht om zomaar een cijfertje te plakken op de stikstofbehoefte van “dé” éénjarige, terwijl daar natuurlijk ook wel grote verschillen in kunnen zitten: een worteltje is iets anders dan een prei en heeft andere noden. Hetzelfde geldt voor de meerjarigen. Maar toch, laten we dan even uitgaan van die gemiddelde cijfers, het verschil lijkt me toch wel de moeite waard om even bij stil te staan. Temeer omdat voor de kaliumbehoefte een gelijkaardige redenering opgaat (resp. 37 g/m2, 10 g/m2 en 3 g/m2).

Na anderhalf jaar via mijn werk achtervolgd te zijn door het gedrocht dat Vlaams mestactieplan heet, ben ik wel gevoelig geworden voor dergelijke cijfers. In Vlaanderen is jarenlang kwistig met bemesting (zowel dierlijke mest als kunstmest) omgesprongen, met alle problemen vandien voor oppervlakte- en grondwater. Het probleem is nu zelfs dermate groot dat zelfs biologische boeren in de problemen dreigen te komen met het nieuwe mestactieplan (waar overigens nauwelijks aandacht is voor brongerichte maatregelen)!

Maar, als de teelt van meerjarigen kan volstaan met veel minder bemesting, zou het dan niet interessant zijn om daar ‘s wat meer aandacht aan te besteden? Zeker en vast wanneer je dan ook nog ‘s uitgaat van een voedselbossysteem, waar verschillende groeilagen kunnen benut worden?

Als je niet vertrouwd bent met voedselbossen, laat je dan even inspireren door Martin Crawford in dit filmpje:

“Oeioei”, hoor ik je nu zeggen, “kan dat wel, hier bij ons, zo’n voedselbos in ons gematigd klimaat? En trouwens, de mensen willen groenten en dat zijn éénjarigen, Jan Modaal is nog nieteens van zijn vlees af, laat staan dat hij nu al die rare dingen uit een voedselbos zou willen eten!”

Nou ja, dan zeg ik dat Rome ook niet op één dag gebouwd is. En dat alles begint met wilde ideeën. Ideeën die moeten uitgezocht en uitgeklaard worden, en zo kunnen leiden tot praktische implementaties. Er zijn pioniers nodig die iets durven uitproberen, en bereid zijn om met vallen en opstaan stappen vooruit te zetten.

Daarom ben ik zo blij met twee professionele Nederlandse projecten die kiezen voor een wetenschappelijke aanpak of zich zelfs wetenschappelijk laten begeleiden:

  • Foodforest Ketelbroek (Groesbeek, bij Nijmegen) van Wouter van Eck, Pieter Jansen en Xavier San Giorgi: je vindt er hier een knap artikel over. Zelf heb ik dit project bezocht in 2013: korte verslagjes en allerlei beschouwingen hierover vind je hier en hier. In april 2015 ben ik er opnieuw geweest en stond ik er versteld van hoe snel zo’n voedselbos verandert. Meer info via hun website.
  • Tuinderij De Voedselketen (Sint Oedenrode, bij Eindhoven) van Linder van den Heerik en Alex Schreiner. Ook over dit project heb ik een leuk artikel gevonden. Ik ben er ook al op bezoek geweest, begin 2015, maar toen was het daar nog allemaal in opstart. Meer info via hun website.

Onze noorderburen zijn goed bezig, nu de Vlamingen nog!

Leren over onze bodem

Uitgeverij Jan Van Arkel is met z’n Clubgroen erg goed bezig tijdens dit jaar van de bodem: na “Het bodemvoedselweb, alle kleine beestjes helpen” (geweldig titel toch!) is nu ook “Bodem in balans, gezonde planten in een gezonde tuin” verschenen. Auteur is de Canadees Phil Nauta, maar het boek is alweer schitterend vertaald door Marc Siepman, intussen welbekend als de humist die overal in Nederland en Vlaanderen gratis tweedaagse cursussen geeft over dat zwarte goud onder onze voeten. Siepman is er in elk geval weer in geslaagd om er een vlot en aangenaam boek van te maken.

https://i2.wp.com/gevoelvoorhumus.nl/wp-content/uploads/2015/02/BodeminBalans.jpg

Terwijl “Het bodemvoedselweb”, zoals je kan verwachten, vooral focust op de rol en diversiteit van het bodemleven, verhaalt “Bodem in balans” eerder over de woonplaats zelf van die beestjes en hoe je die in zes stappen weer goed en gezond kan krijgen.

Nauta legt eerst uit hoe je de bodem kan onderzoeken: wat je zelf kan doen en wat je door een labo kan laten testen. Mij interesseert vooral wat ik zelf kan doen, maar bleef op dat punt wel een beetje op mijn honger zitten. Zo hoopte ik bij te leren over indicatorplanten en kenmerken van zieke planten (welke tekorten) maar dat was erg beperkt. Wel een hele uitleg over hoe je planten moet testen met een refractometer om de Brixwaarde te kennen die iets zegt over de gezondheid van je planten en dus van de bodem. Allemaal zeer interessant maar ik zal mij geen refractometer aanschaffen en ik ken ook niet meteen mensen die dat hebben om te delen.

Daarna volgen de zes stappen “naar een gezonde bodem”. Leuk aan het boek is dat je als leek zeer veel kan bijleren, maar ook voor wie al wat meer vertrouwd is met de vele geheimen van onze bodem zijn er leuke weetjes voorzien. Waarom bijvoorbeeld druppelirrigatie (om het water direct bij de wortels van de plant te laten druppelen i.p.v het hele gebied) water kan besparen bij industriële monocultuurlandbouw (met een laag organische stofgehalte in de bodem), maar dom is bij een landbouw die samenwerkt met het bodemvoedselweb, zoals biologische landbouw of permacultuur (met een hoog organisch stofgehalte). (Bedenking van mijnentwege: Druppelirrigatie blijkt daarom alweer een mooi voorbeeld van techno-fix te zijn…, het is een technologie die je bij gangbare landbouw moet introduceren omdat je al dermate in je systeem hebt ingegrepen dat het op een normale natuurlijke manier niet meer haalbaar is om het water vast te houden.)

Of het overzicht van allerlei soorten mulch en hun voor- en nadelen… Blaadjes blijken de beste mulch te zijn, dat had ik al vermoed. Ze voegen zowel voedingsstoffen als organische stof toe, hebben een goede verhouding tussen koolstof en stikstof, onderdrukken onkruid, houden goed vocht vast, verminderen verdamping en bieden onderdak aan allerlei beestjes. Wat moet dat meer zijn? (Alleen waaien ze in mijn nogal winderige tuintje altijd weg! Tip van mij: ga er eerst ‘s over met de grasmachine, dan blijven ze beter liggen!).

De zes stappen om je bodem te verbeteren zijn: watermanagement, het verhogen van het gehalte aan organisch materiaal, het toedienen van microbiële entstoffen, het aanvullen van de voedingsstoffen, het toedienen van biostimulanten en micronutriënten en energie. Een hele boterham… Je kan bedenkingen formuleren bij de vele toevoegingen, maar Nauta rechtvaardigt dit door te stellen dat de meeste van onze bodems misbruikt en kapot zijn en een inhaalbeweging om ze weer goed te krijgen, noodzakelijk is. Een gezonde bodem zou dat allemaal niet nodig hebben…

Sommige gedeeltes (stappen) zijn erg grondig behandeld: “organisch materiaal” bijvoorbeeld. Of “voedingsstoffen”: dit hoofdstuk gaat niet enkel over de klassieke stikstof/kalium/fosfor maar ook over diverse andere nutriënten. Andere stappen zijn wat beknopter (biostimulanten). Eén stap vond ik erg oppervlakkig: energie. Dit onderdeel is zwak onderbouwd en daardoor weinig overtuigend. Het is alsof Nauta zelf nog twijfelde over deze stap maar het voor de volledigheid toch maar opgenomen heeft. Jammer, want het is meteen ook het meest controversiële gedeelte van dit boek en had dus best wel wat meer onderbouwing kunnen hebben om geloofwaardig te zijn.

In het laatste gedeelte voegt Nauta alles samen tot een praktisch plan van aanpak. Hier wordt ondermeer aandacht besteed aan “kerende versus niet-kerende bodembewerking”: spitten of niet in tuinierstermen… Het is één van de betere teksten die ik over dit onderwerp al gelezen heb: genuanceerd en wars van alle dogma’s over dit – in permacultuurkringen – toch wel gevoelig thema.

Zeer interessant en een absolute aanrader voor de sproeistof minnende tuinier (maakt niet uit of je sproeistof in bio mag gebruikt worden of niet), is het hoofdstukje “Onkruiden en belagers van planten”. Dermate interessant dat ik er later een apart blogstukje aan zal besteden!

Nauta is Amerikaan en dat merk je wel doorheen het boek. Wat ik wel waardeer bij de vertaling is, dat her en der ook verwezen wordt naar de Nederlandse situatie. Dat is ondermeer het geval voor de bijlage “nuttige adressen”, waar vertaler Siepman grote inspanningen heeft gedaan om te refereren naar Nederlandse initiatieven: de lijst staat vol met .nl adressen. Als Vlaamse had ik daar misschien nog graag iets meer .be initiatieven bij willen zien, maar we gaan hier niet moeilijk over doen.

Kortom, “Bodem in balans” is een vlot geschreven vertaling van Nauta’s “Building soils naturally” en een aanrader voor al wie wat meer wil weten over de bodem, en vooral, hoe je die kan herstellen. Ben je een absolute beginner, dan kan het boek soms wat overweldigend zijn. Daarom raad ik je aan om eerst “het bodemvoedselweb” te lezen, omdat het luik over de bodembewoners (niet onbelangrijk om wat meer inzicht over te hebben voor wie op een natuurlijke manier wil tuinieren) in dit boekje nogal summier is.

Bodem in balans, gezonde planten in een gezonde tuin, van Phil Nauta, Uitgeverij Jan van Arkel, ISBN 978-90-6224-536-9. In Vlaanderen ook verkrijgbaar via EPO.