Terugblik op een geslaagde permablitz

20151212_Wilgenhof_Aanleg voedselbos-34Vorig weekend was het zover. De zwarte elzen, sleedoorns, meidoorns, vogelkersen, lijsterbessen, rode kornoeljes, Gelderse rozen, kardinaalsmutsen, zoete kersen en hazelaars lagen “gepralineerd” in de compost op ons te wachten. Twee dagen zouden we bomen planten, maar de zaterdagploeg vloog er met zoveel kracht en goesting tegenaan, dat de klus op één dag al geklaard was!

Dankjewel Judith en Melissa om mee te helpen met de voorbereiding!

Dankjewel Rik, Zjef, Dirk, An, Leen en Bruno om te helpen met planten!

Dankjewel Judith en Lut om zo lekker voor ons te koken!

Dankjewel Rik, Judith en Melissa voor de nazorg! (= insmeren van de boompjes met de “Sepp Holzer smurrie”, bestaande uit verschroeid haar van paarden, geiten, varkens en honden, vermengd met lijnzaadolie, kalk en een goeie verse koeienvlaai, tegen konijnenvraat).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

(Fotografie: Zjef, Dirk, Judith, Esmeralda)

Een nieuw voortuintje

Oeps, en toen waren we plots een maand verder! Niet dat ik al die tijd in slaap gevallen ben hoor… De werkzaamheden rond het Permacultuur Magazine geraken in een stroomversnelling. En intussen is het weer lente geworden dus wilt ook Quinten weer zijn deel van mijn aandacht. Quinten maakte mij gisteren nog gelukkig want hij herbergt nu een gezin koolmezen in het nestkastje. Maar hij maakt mij tegelijkertijd ook een beetje ongelukkig want mijn zeer geliefde kruis- en rode bessenstruiken worden belaagd door rupsen, vermoedelijk de “pseudorupsen” van de bessenbladwesp. Veelvraten zijn dat, die blijkbaar nog nooit gehoord hebben van het “eerlijk delen” permacultuurprincipe! Nou: mooi voedsel voor het koolmezengezin, zeg ik dan maar. Hopelijk hebben ze zeer veel jongen met een reuzehonger!

En ja, ik heb ook een beetje vakantie genomen. Die heerlijke tijd heb ik ondermeer gebruikt om te helpen een stukje tuin van Hof ter Wilgen opnieuw aan te leggen. En dit is het (voorlopige) resultaat:

heraanleg voortuintje met stapelmuurtje en insectenhotel, Hof ter Wilgen

heraanleg voortuintje met stapelmuurtje en insectenhotel, Hof ter Wilgen

Het ging om een klein stukje tuin, maar wel een belangrijke plek voor een toeristische locatie als Hof ter Wilgen. Als je van de parking komt dan is die plek het eerste wat je ziet. Vanuit de bovenverdieping van het vakantiehuis kijk je er pal op en als je langs de keuken ervan naar buiten gaat, dan zit je er meteen in. Het voortuintje mocht dus wel een opvallend accent krijgen en liefst ook een band met het vakantiehuis zelf.

Door een stapelmuurtje te bouwen met erachter een verhoogd bed, creëerden we een duidelijkere rand tussen het privé- en het vakantiehuisgedeelte. De vorm van het muurtje is gebogen en sluit op die manier visueel mooi aan bij het vlechtwerk (dat er al was) en de vorm van de achterliggende moestuin.

Het stapelmuurtje maakten we door eerst een sleuf te maken in de grond en vervolgens een “fundering” van dallen te leggen. Vervolgens bouwden we het muurtje op: telkens een steen dwars leggen en vervolgens meteen aarde aanvoeren aan de achterzijde. Bij de volgende laag werd de steen een klein beetje meer in de richting van de aardekant gelegd om zo meer stabiliteit te verkrijgen. Dallen en bakstenen zijn gerecycleerd.

Het stapelmuurtje is naar het Z-ZW gericht, en hebben we een extra functie gegeven door er een bijenhotel in te voorzien: dikke takken waarin we gaten van verschillende grootte in geboord hebben zodat diverse soorten solitaire bijen ermee aan de slag kunnen. De bloempotten kunnen gebruikt worden om (hangende of klimmende) planten in te laten groeien, of ze kunnen eveneens de basis zijn voor een bijenhotel met holle stengels. Dicht bij het muurtje is nu een warm micro-klimaat en kunnen warmteminnende planten gezet worden.

Het lager gelegen gedeelte van het tuintje (vooraan) sluit aan bij de keuken van het vakantiehuis. Judith, de eigenares van Hof ter Wilgen, had al vaak opgemerkt dat toeristen, ondanks het aanbod van verse kruidenthee, toch altijd kozen voor theebuiltjes. Idee is nu om dit lager gedeelte (en vooral ook het gedeelte helemaal vooraan) te voorzien van een diversiteit aan kruiden die geschikt zijn om thee te zetten, of algemeen interessant zijn om in de keuken te gebruiken. In de keuken zal je dan informatie vinden over de planten en kruiden, en hun gebruik. Zo wilden we de mensen weer een beetje warm maken voor de tuin in al z’n diversiteit en hen laten ontdekken dat Hof ter Wilgen wel iets meer is dan het eerste het beste vakantiehuis.

Paden zijn niet voorzien, wel stapstenen. Op die manier wilden we optimaal gebruik maken van de beschikbare oppervlakte.

Op het hoger gedeelte van het tuintje zullen meerjarige planten komen die erg weinig zorg vergen. Daar moet betreding immers tot een absoluut minimum beperkt worden zodat het muurtje niet onder druk komt te staan.

zicht vanop bovenverdieping vakantiehuis

zicht vanop bovenverdieping vakantiehuis

Ik ben benieuwd hoe het nu verder zal evolueren en welke planten er uiteindelijk zullen komen. Want ontwerpen, da’s telkens een momentopname, waarop je verder bouwt. Na mij komen andere Wooffers met andere ideeën en insteken die Judith gaan inspireren. To be continued!

(Foto’s: Judith Postelmans, Hof ter Wilgen)

Waarom wieden ook leuk kan zijn

Het voorbije seizoen heb ik niet alleen in Quinten getuinierd, maar ben ik ook als vrijwilliger gaan meewerken bij twee bestaande permacultuurprojecten. Dat had vele voordelen. Op momenten dat je al ’s wat twijfels krijgt over je éénjarig permacultuurtuintje, word je van tijd tot tijd met de neus op de aangename feiten gedrukt, namelijk dat het werkt. Maarrrr dat je ook geduld moet hebben. Veel geduld totdat het lokale ecosysteem, en vooral je bodemecosysteem, zich herstelt.

Als ik zo terugblik op mijn vrijwilligerswerk in 2014, dan valt het mij eigenlijk wel op dat ik zeer veel heb gewied. In een permacultuurtuin laat je de planten zoveel mogelijk hun gang gaan. Ze mogen zichzelf uitzaaien, maar daardoor staan ze soms een beetje fout geparkeerd. Op het pad bijvoorbeeld. Of bepaalde plantjes zijn misschien iets té talrijk aanwezig. Wieden lijkt dan misschien een stom werkje, maar ik moet erkennen dat ik dank zij het wieden veel kruiden heb leren kennen, in de verschillende stadia van hun levensloop. Eens ik die herken, gaan ze mij steeds meer boeien. Wat hebben ze te bieden? Waar houden ze van? Kan ik er thee van zetten en waar is dat goed voor? Of kan ik ze gewoon opeten, of gebruiken om de soep te kruiden? Tenslotte heb ik ook veel kruiden ingepot, zodat andere mensen er content mee zijn.

4661066533_bceba552a8_z

Er zijn natuurlijk ook plantjes waar je écht niet veel aan hebt. Het “onkruid” zoals dat dan heet. Niet alleen op de verkeerde plek, maar naar perceptie gewoon een “foute plant”. En dan nog, ze zijn altijd nuttig omdat ze iets vertellen. Het zijn indicatorplanten. Als je de spontane begroeiing bekijkt van het oude pad van Quinten, dan zie ik bv. zeer veel kruipende boterbloem. Een eindje verder is er een grote vlek muizenoortjes. Uit dit alles leer ik dat dit gedeelte een barslechte grondstructuur heeft. Niet onlogisch want ik heb daar veel over gelopen. Kruipende boterbloem en muizenoortjes wandelen over de bodem heen met bovengrondse uitlopers. Geen van beide lijkt er moeilijk mee te hebben dat we ze altijd opnieuw betreden. Naast de muizenoortjes is er een stuk pad waar spontaan een heleboel klaver is beginnen groeien. Klaver wijst op een gebrek aan stikstof. En ook de muizenoortjes vertellen mij dat de grond op die plek voedselarm is.

Hieracium ?pilosella (mouse-ear hawkweed), basal foliageIk wou eigenlijk een stukje van dat oude pad omvormen tot een nieuw bed. Het is duidelijk dat daar werk aan de winkel zal zijn. En vooral geduld, totdat die bodem weer in orde is… Ik begin alvast met karton en mulch, later compost, en hoop dat ik zo snel mogelijk hulp krijg van “mijn personeel”: het bodemleven.

Interesseert het je ook wat de spontane begroeiing in je tuin te vertellen heeft? Op deze website staan een reeks vaak voorkomende “onkruiden” opgelijst, samen met informatie over de omstandigheden waar ze graag in groeien. Als je klikt op de naam van de plant, zie je een foto, een beschrijving ervan, en waarvoor het nuttig kan zijn (eetbaar, bijenplant, enz…). Ik ging er bijvoorbeeld tot voor kort altijd van uit dat een boterbloem een compleet nutteloze en giftige rotplant was, wel, blijkbaar is die toch nuttig voor solitaire bijen! Over de zuurtegraad van de bodem en de voorkomende indicatorplanten vind je meer info op deze fiche.

(Foto’s: Shandi Lee Cox (buttercup, Tom Potterfield (mouse-ear hawkweed)

Een jaar met Quinten

Het is nu iets meer dan een jaar geleden dat Quinten mij in de schoot geworpen is. Zijn eigenaars waren toen op zoek naar iemand die permacultuursgewijze dat plekje wou inrichten en er groenten en fruit op zou kweken. Het leek me een ideale experimenteerplek en ik heb toen niet getwijfeld om de “zorg” over Quinten op mij te nemen.

Nu zijn we een jaar en dus een seizoen verder. Een zeer speciaal seizoen, zeg wel, ééntje waar zelfs ervaren tuiniers nogal gestresseerd van geraakten: geen winter, veel te vroege lente, te droog voorjaar, te natte augustus en tot slot een te zwoele nazomer.

20141029_Quinten_0013Ideaal weer voor ziekten en plagen dus. Het fenomeen slak heb ik, zoals je intussen al weet, goed kunnen bestuderen. Maar sedert enkele weken zijn ze het afgebold. Sedertdien fleurt mijn tuin als nooit tevoren.

Er was wel aangenaam leven: het hele seizoen was het een gegons en gezoem van jewelste bij Quinten: bijen, hommels, zweefvliegen… al dat moois was talrijk aanwezig!

Planten die het ondanks het slakkengeweld erg goed deden: alle meerjarigen die er al stonden. Of laat ons zeggen, de planten die er zich genesteld hebben. Ook het eenjarige mosterdblad bijvoorbeeld, dat ik in het voorjaar binnenbracht, zichzelf heeft uitgezaaid en nu in het najaar welig groeit en mij voorziet van smaakvolle slaatjes. De rucola had eerst wat moeite om te wennen, maar blijft nu maar groeien en verse blaadjes afgeven. Ook de smeerwortel (Symphytum uplandicum) moest zich eerst goed weren, maar doet het nu goed.

Ik heb ontzettend veel frambozen gesmuld, en ook veel vroeger dan ik ooit had durven hopen. Tot eigenlijk ook veel later dan ik dacht, want zelfs nu nog, eind oktober, kan ik bij elk bezoek nog enkele van die snoepjes plukken. Ik vraag mij af hoe die planten dat volgend jaar gaan doen, naar mijn gevoel zijn ze zich een beetje aan het uitputten.

Ik heb stekjes gezet van witte en rode bes (8 in totaal), en slechts ééntje heeft het niet gehaald. Verbazingwekkend, want in het voorjaar werden alle nieuwe blaadjes opgepeuzeld door… de slakken natuurlijk. Maar ze hebben zich goed gehouden, en binnenkort kan ik hen een definitieve plaats toewijzen. De twee taybes-stekjes zijn even begonnen met blaadjes aan te maken, maar hebben het laten afweten tijdens de droge periode. De braamstek heeft nooit gepakt. Achteraf ben ik ook te weten gekomen dat ik niet de beste methode had toegepast om te stekken. Dit keer beter: ik vertrek nu van reeds ingewortelde scheuten.

20141029_Quinten_0012Quinten beschikt niet over water. Oorspronkelijk dacht ik aan allerlei constructies voor beschutting en wateropvang, maar gezien ik waarschijnlijk slechts tijdelijk (vermoedelijk 3 à 4 jaar) gebruik kan maken van Quinten, is de motivatie daarvoor een beetje te beperkt. Mijn zwakte… Ik heb wel gemerkt dat het mulchen helpt om de bedden langer vochtig te houden.

Onkruid, of laat ons zeggen: ongewenste plantjes: ça va. Ik heb de bedden goed onkruidvrij kunnen houden, ondermeer dank zij het mulchen. Het gazonnetje achterin is andere koek, maar daar heb ik ook minder aandacht aan besteed. Daar kwam nogal veel biggenkruid op. Ook paardenbloem, maar da’s niet zo erg, want die is eetbaar. De blaadjes kan je in een slaatje verwerken, en van de bloemhoofdjes heb ik ooit al ’s een gelei gemaakt (mijn recept staat helaas nog niet op punt: ’t was eerder siroop dan gelei). Het kleine brandnetelvlekje in de tuin heeft mij lange tijd lekkere thee bezorgd (voor soep had ik er niet genoeg), en later waren de vlinders er ook weer content mee.

Langs de moestuin kwam veel haagwinde door, die heb ik systematisch weggeplukt in de hoop dat ik ‘m zo kan uitputten. Hardnekkig ding!

Composteren: daar is het niet van gekomen. Opnieuw: je hebt daar water voor nodig. Zeer veel water, en dat heb ik daar niet. Niets aan te doen. Volgend jaar zal ik ’s proberen om pompoenen te kweken op die hoop. In elk geval zal ik ze nooit uitspreiden, het is gewoon een vergaarbak van onkruidzaden!

20141029_Quinten_0003En volgend jaar?

De verhouding éénjarigen/meerjarigen moet meer verschuiven naar meerjarigen en planten die zichzelf goed uitzaaien. Daar was ik al mee begonnen in de loop van dit seizoen. Even een moeilijke periode bij het begin, maar eens ze de smaak te pakken hebben, zijn ze vertrokken en heb ik er niet zoveel werk meer mee. Ik moet geen “zone 1” dingen zetten in Quinten. (Zone 1 is een term uit de permacultuur: het is de zone die het dichtste bij je huis is. Je zet er de planten die de meeste zorg en aandacht nodig hebben. Maar Quinten is niet dicht bij huis. Dus kan ik dat maar beter uit mijn hoofd zetten.) Quinten is mijn zone 2 en bevat planten die minder zorg nodig hebben, zo eenvoudig is dat.

Nog een les die ik geleerd heb dit jaar (en niet enkel dank zij Quinten maar ook dank zij het  vrijwilligerswerk dat ik gedaan heb bij andere (meer gevorderde) permacultuurtuinen) is dat mijn grote liefde ligt bij kleinfruit en kruiden. Eénjarige groenten… al dat gedoe met het opkweken, en dan hopen dat ze hun tere eerste weken doorkomen vooraleer ze aan hun groeispurt kunnen beginnen.. da’s niet zo aan mij besteed. Volgend jaar ga ik wat minder zaaien en opkweken, maar ga ik eventueel sterk plantgoed aankopen en dat verder laten opgroeien.

Kleinfruit en meerjarigen (kruiden), daar zal het volgend jaar in hoofdzaak om gaan. Deels bij Quinten, deels nog ergens anders… want tja, meerjarigen kweken in een tijdelijk tuintje… da’s niet evident. Ah jaaa, ik heb nog andere plannen… 🙂

Lekker ding

’t Groeit beter en sneller dan haagwinde, maar het heeft alleen maar voordelen… ’t Is een mooi plantje en – heel belangrijk – slak-proof. Het is een fantastische plantrekker: één keer in je tuin zaaien (in mei), en het komt steeds vanzelf terug.

Voor luie tuiniers dus, maar wat een weelde en bloemenpracht en heel erg eetbaar (ook al noemen sommigen het een “sierplant”). Het pittig blad past in een slaatje en de bloemen fleuren je culinaire prestaties op. De smaak lijkt een beetje op water- of tuinkers. Van de vruchtjes kan je iets maken wat op ingemaakte kappertjes lijkt. Dat heb ik zelf nog niet geprobeerd maar het staat op mijn to do lijstje!

20140921_OIkers_0002Het heet… Oostindische kers! Mmm, heerlijk lekker ding dat extra kleur brengt in de tuin met z’n gele, oranje of rode (of een mix daarvan) bloemen. Bij Quinten kwamen ze nogal traag op gang, maar eens de plantjes hun groeischeut kregen, wisten ze niet meer van ophouden! Het is een rankende soort, en nu kruipt en klimt hij overal op en onder en dwars doorheen.

Zoals ik al zei, slakken moeten er niet van weten, maar bladluizen wel, en daarom is die plant ook interessant om hun natuurlijke vijanden aan te trekken: zweefvliegen, lieveheersbeestjes. Een mooie “vangplant” dus, die, eens ‘m goed aan het groeien is, ook niet zoveel problemen lijkt te hebben met die luizen. Toch niet bij Quinten. Blaadjes genoeg, eerlijk te delen!

Oostindische kers (die trouwens niets met Oost-Indië te maken heeft maar uit Zuid-Amerika komt) is verder goed voor je gezondheid. Het plantje zou verschillende geneeskrachtige eigenschappen hebben, waaronder een antibacteriële werking. En, voor de rijpere mannen: het gaat zelfs kaalheid te lijf!