Leren over onze bodem

Uitgeverij Jan Van Arkel is met z’n Clubgroen erg goed bezig tijdens dit jaar van de bodem: na “Het bodemvoedselweb, alle kleine beestjes helpen” (geweldig titel toch!) is nu ook “Bodem in balans, gezonde planten in een gezonde tuin” verschenen. Auteur is de Canadees Phil Nauta, maar het boek is alweer schitterend vertaald door Marc Siepman, intussen welbekend als de humist die overal in Nederland en Vlaanderen gratis tweedaagse cursussen geeft over dat zwarte goud onder onze voeten. Siepman is er in elk geval weer in geslaagd om er een vlot en aangenaam boek van te maken.

https://i2.wp.com/gevoelvoorhumus.nl/wp-content/uploads/2015/02/BodeminBalans.jpg

Terwijl “Het bodemvoedselweb”, zoals je kan verwachten, vooral focust op de rol en diversiteit van het bodemleven, verhaalt “Bodem in balans” eerder over de woonplaats zelf van die beestjes en hoe je die in zes stappen weer goed en gezond kan krijgen.

Nauta legt eerst uit hoe je de bodem kan onderzoeken: wat je zelf kan doen en wat je door een labo kan laten testen. Mij interesseert vooral wat ik zelf kan doen, maar bleef op dat punt wel een beetje op mijn honger zitten. Zo hoopte ik bij te leren over indicatorplanten en kenmerken van zieke planten (welke tekorten) maar dat was erg beperkt. Wel een hele uitleg over hoe je planten moet testen met een refractometer om de Brixwaarde te kennen die iets zegt over de gezondheid van je planten en dus van de bodem. Allemaal zeer interessant maar ik zal mij geen refractometer aanschaffen en ik ken ook niet meteen mensen die dat hebben om te delen.

Daarna volgen de zes stappen “naar een gezonde bodem”. Leuk aan het boek is dat je als leek zeer veel kan bijleren, maar ook voor wie al wat meer vertrouwd is met de vele geheimen van onze bodem zijn er leuke weetjes voorzien. Waarom bijvoorbeeld druppelirrigatie (om het water direct bij de wortels van de plant te laten druppelen i.p.v het hele gebied) water kan besparen bij industriële monocultuurlandbouw (met een laag organische stofgehalte in de bodem), maar dom is bij een landbouw die samenwerkt met het bodemvoedselweb, zoals biologische landbouw of permacultuur (met een hoog organisch stofgehalte). (Bedenking van mijnentwege: Druppelirrigatie blijkt daarom alweer een mooi voorbeeld van techno-fix te zijn…, het is een technologie die je bij gangbare landbouw moet introduceren omdat je al dermate in je systeem hebt ingegrepen dat het op een normale natuurlijke manier niet meer haalbaar is om het water vast te houden.)

Of het overzicht van allerlei soorten mulch en hun voor- en nadelen… Blaadjes blijken de beste mulch te zijn, dat had ik al vermoed. Ze voegen zowel voedingsstoffen als organische stof toe, hebben een goede verhouding tussen koolstof en stikstof, onderdrukken onkruid, houden goed vocht vast, verminderen verdamping en bieden onderdak aan allerlei beestjes. Wat moet dat meer zijn? (Alleen waaien ze in mijn nogal winderige tuintje altijd weg! Tip van mij: ga er eerst ’s over met de grasmachine, dan blijven ze beter liggen!).

De zes stappen om je bodem te verbeteren zijn: watermanagement, het verhogen van het gehalte aan organisch materiaal, het toedienen van microbiële entstoffen, het aanvullen van de voedingsstoffen, het toedienen van biostimulanten en micronutriënten en energie. Een hele boterham… Je kan bedenkingen formuleren bij de vele toevoegingen, maar Nauta rechtvaardigt dit door te stellen dat de meeste van onze bodems misbruikt en kapot zijn en een inhaalbeweging om ze weer goed te krijgen, noodzakelijk is. Een gezonde bodem zou dat allemaal niet nodig hebben…

Sommige gedeeltes (stappen) zijn erg grondig behandeld: “organisch materiaal” bijvoorbeeld. Of “voedingsstoffen”: dit hoofdstuk gaat niet enkel over de klassieke stikstof/kalium/fosfor maar ook over diverse andere nutriënten. Andere stappen zijn wat beknopter (biostimulanten). Eén stap vond ik erg oppervlakkig: energie. Dit onderdeel is zwak onderbouwd en daardoor weinig overtuigend. Het is alsof Nauta zelf nog twijfelde over deze stap maar het voor de volledigheid toch maar opgenomen heeft. Jammer, want het is meteen ook het meest controversiële gedeelte van dit boek en had dus best wel wat meer onderbouwing kunnen hebben om geloofwaardig te zijn.

In het laatste gedeelte voegt Nauta alles samen tot een praktisch plan van aanpak. Hier wordt ondermeer aandacht besteed aan “kerende versus niet-kerende bodembewerking”: spitten of niet in tuinierstermen… Het is één van de betere teksten die ik over dit onderwerp al gelezen heb: genuanceerd en wars van alle dogma’s over dit – in permacultuurkringen – toch wel gevoelig thema.

Zeer interessant en een absolute aanrader voor de sproeistof minnende tuinier (maakt niet uit of je sproeistof in bio mag gebruikt worden of niet), is het hoofdstukje “Onkruiden en belagers van planten”. Dermate interessant dat ik er later een apart blogstukje aan zal besteden!

Nauta is Amerikaan en dat merk je wel doorheen het boek. Wat ik wel waardeer bij de vertaling is, dat her en der ook verwezen wordt naar de Nederlandse situatie. Dat is ondermeer het geval voor de bijlage “nuttige adressen”, waar vertaler Siepman grote inspanningen heeft gedaan om te refereren naar Nederlandse initiatieven: de lijst staat vol met .nl adressen. Als Vlaamse had ik daar misschien nog graag iets meer .be initiatieven bij willen zien, maar we gaan hier niet moeilijk over doen.

Kortom, “Bodem in balans” is een vlot geschreven vertaling van Nauta’s “Building soils naturally” en een aanrader voor al wie wat meer wil weten over de bodem, en vooral, hoe je die kan herstellen. Ben je een absolute beginner, dan kan het boek soms wat overweldigend zijn. Daarom raad ik je aan om eerst “het bodemvoedselweb” te lezen, omdat het luik over de bodembewoners (niet onbelangrijk om wat meer inzicht over te hebben voor wie op een natuurlijke manier wil tuinieren) in dit boekje nogal summier is.

Bodem in balans, gezonde planten in een gezonde tuin, van Phil Nauta, Uitgeverij Jan van Arkel, ISBN 978-90-6224-536-9. In Vlaanderen ook verkrijgbaar via EPO.

Advertenties

Over realiteitszin

Vanmorgen was ik ontzettend gecharmeerd door een stukje geschreven door de Amerikaan Charles Eisenstein, een erg boeiende en vernieuwende auteur die ik helaas nog maar recent ontdekt heb en wiens boek (The Ascent of Humanity) ik momenteel met volle enthousiasme aan het verslinden ben.

In het stukje schrijft Eisenstein (overigens een leeftijdgenoot van mij) een brief aan zichzelf, toen hij nog een jonge twintiger was. Het deed mij denken aan een debat waarin ik betrokken was, eerder deze week, over “realiteitszin”.

Letter to my Younger Self – Charles Eisenstein

Dear self. Your secret, lonely knowledge is true. Despite all you have been told, the world that has been offered to you as normal is anything but normal. It is a pale semblance of the intimacy, connection, authenticity, community, joy and grief that lie just beneath the surface of society’s habits and routines.

Dear self: You have a magnificent contribution to make to the more beautiful world your heart knows is possible. It may not make you famous, but you have an important gift, an indispensable gift, and it demands you to apply it to something you care about. Unless you do, you will feel like you aren’t really living your life. You will live the life someone pays you to live, caring about things you are paid to care about. You can make a different choice.

Dear self: Do not believe the cynical voice, masquerading as the realistic voice, that says that nothing much can change. That voice will call your dreams by many names: naïve, unrealistic, immature, and irresponsible. Trust your knowledge that the world can be different, can be better. You needn’t sell out and live a life complicit in maintaining the status quo.

Dear self: You carry a deep yearning to contribute to the healing of the world and fulfillment of its possibilities. This is your deepest desire, and if you abandon it you will feel like a ghost inhabiting the mere shell of a life. Instead, trust that desire and follow it toward whatever service it calls you to, however small and insignificant it might seem.

Dear self: The most reliable guide to choice is to follow whatever makes you feel happy and excited to get out of bed in the morning. Life is not supposed to be a grim slog of discipline and sacrifice. You practiced for such a life in school, tearing yourself out of bed for days of tedium, bribed with trivial rewards called grades, intimidated by artificial consequences, proceeding through a curriculum designed by faraway authorities, asking permission to use the toilet. It is time to undo those habits. Let your compass instead be joy, love, and whatever makes you feel alive.

Dear self: When you follow your passion and come fully alive, your choices will feel threatening to anyone who abides in the dominant story of normal. You will be reminding them of the path they didn’t follow, and awaken in them the suppressed yearning to devote their gifts to something beautiful. Rather than face that grief, they may suppress it – and suppress you as well.

Dear self: At a certain moment it will become necessary for you to go on a journey. It isn’t to escape forever. It is to find yourself outside of whomever your conditioning trained you to be. You must put yourself in a situation where you don’t know who you are anymore. This is called an initiation. Who you were becomes inoperative; then, who you will be can emerge.

Dear self: Powerful forces will attempt to make you conform to society’s normality. These will take the form of social pressure, parental pressure, and very likely, economic pressure. When you encounter them, please understand that they are giving you the opportunity to define yourself. When push comes to shove, who are you?

Dear self: The old maps do not apply in these times of transition. Even if you try to follow them, even if you accept their bribes and heed their threats, there is no guarantee you’ll reap the promised rewards. The university graduates washing dishes and the Ph.D.’s driving taxis attest to this. We are entering new territory. Trust your guidance. It is OK to make mistakes, because in uncharted territory, even the wrong path is part of finding the right path.

Dear self: On this path, you are sure to get lost. But you are held, watched, and guided by a vast organic intelligence. It will become visible when things fall apart – as surely they must, in the transition between worlds. You will stumble, only to find overlooked treasure beneath your feet. You’ll despair of finding the answer – and then the answer will find you. Breakdown clears the space for synchronicity, for help unimagined and unearned.

Dear self: None of this advice can be sustainably implemented by a heroic effort on your part. You need help. Seek out other people who reinforce your perception that a more beautiful world is possible, and that life’s first priority is not security, but rather to give of your gifts, to play, to love and be loved, to learn, to explore. When those people (your tribe) are in crisis, you can hold them in the knowing of what you know. And they can do the same for you. No one can do this alone.

“鐵絲網麻雀 Sparrow on barbed wire” / 自然 Nature / SML.20130501.7D.40798Foto: See-ming Lee 

 

Politiek Werk

Politiek… ik heb daar altijd al een dubbel gevoel bij gehad. Enerzijds ademt mijn hele lijf politiek uit: er zijn domeinen (je kent ze) waarover ik een zeer uitgesproken mening heb en ik hou mij niet in om die over de daken te schreeuwen. Anderzijds moet ik bekennen dat ik ooit, lang geleden, gepoogd heb om ook echt actief te zijn voor een politieke partij (je vermoeden klopt). Dat was helaas mijn ding niet. Totaal niet!

Intussen weet ik dat er Politiek en politiek is. Je hoeft niet aan partijpolitiek te doen om Politiek actief te zijn. Er zijn zoveel wegen om aan Politiek te doen, en daar ben ik gretig mee bezig. Voor en achter de schermen. En… ook achter de kookpotten!

Cooking adobo.Ik kook eigenlijk ontzettend graag. Altijd geweest. Vroeger maakte ik tijdens het weekend grote hoeveelheden soepen, sauzen en groenteragouts klaar en stopte ik die in de diepvries. Maar sedert enkele jaren kook ik bijna elke dag vers.

Sommige mensen vinden het heel vreemd dat je als alleenwonende altijd vers kookt. Ze vinden dat straf, een beetje overdreven zelfs. Onzin vind ik dat. Voor mij is koken een dagelijks rustpunt, een “foert” tegen de wereld en een gezellig samenzijn met oven en kookfornuis. Had ik mijzelf dat twintig jaar geleden horen zeggen, dan zou mijn feministisch hartje hebben gebloed. Maar toen begreep ik nog niets van feminisme, en nog veel minder van Politiek.

Mensen zeggen soms, “goh, dat ecologische leven, dat vergt toch zoveel inspanningen!” Ondermeer het seizoens- en streekgebonden eten blijkt vaak een brug te ver. Awel, ik kan je zeggen: een tomaat smaakt honderdduizend keer beter als je er een heel jaar op gewacht hebt en je die in het juiste seizoen opeet. In de herfst lachen de pompoenen mij toe en in de winter vertelt de winterpostelein mij dat het ooit wel weer lente wordt, en er dan nog veel meer bladgroenten volgen.

Als je aan Politiek wil doen, laat je dan niet verleiden tot dat onzinnige consumentisme en laat keuzestress aan je voorbij gaan. Leer de seizoenen kennen, kweek je groenten zelf of word lid van een CSA. Voor de Vlamingen onder jullie: hier vind je alle CSA-boeren in Vlaanderen. Echte CSA-boeren zijn gelukkige boeren: ze doen waar ze goed in zijn en graag doen (voedsel kweken) zonder zorgen over afzet en inkomen. Het risico wordt gedragen door de boer én al z’n consumenten: is er overvloed dan krijgen de consumenten wat meer, is er schaarste, dan is de boer daar niet de dupe van.

Zelf doe ik allebei. Quinten gaat zich richten op kleinfruit, kruiden en meerjarige of zichzelf uitzaaiende groenten. En ik ben nu ook lid geworden van Oogstgoed, een nieuw CSA-bedrijfje in Gent voor de “klassieke” groenten.

Of dat haalbaar is, alle dagen koken? Kijk, het neemt mij ongeveer 15 minuten in beslag om van het station naar huis te gaan. Als ik ’s avonds van mijn werk kom, dan gebruik ik die 15 minuten om te bedenken welke groenten ik nog heb, en dan volgt een discussie met mezelf over de combinaties die ik zou kunnen maken. Je kent toch ook het fenomeen met kookboeken: inderdaad, je hebt zelden alle juiste ingrediënten in huis. Weg ermee, laat je hoogstens inspireren en gebruik vooral je eigen creativiteit. Zorg dat je veel keukenkruiden in huis of tuin hebt, en weet dat je kan toveren met zonnebloem- en pompoenpitten. En dat je veel groenten ook rauw kan eten.

En neen! Dit is echt niet moeilijk of ingewikkeld. Gewoon doen. Desnoods enkele weken je comfortzone verlaten, maar iedereen kan dit. Echt waar! Geen tijd? Onzin! Het gaat niet over tijd, het gaat over prioriteit. Het gaat over Jouw Eten. Je steekt dat in Jouw Mond en het gaat doorheen Jouw Lichaam. Heel intiem is dat! En zoveel tijd kost het nu ook weer niet. Je wordt er bovendien helemaal zen van (waardoor je weer tijd gewonnen hebt)!

Vandaag deed ik mee aan een potluck. Twintig minuten voor vertrek heb ik een stuk witte kool fijn gesnipperd en er wat restjes postelein en veldsla aan toegevoegd. Rozijntjes, zonnebloempitten en hazelnoten doorheen gemengd. Even getwijfeld over een stronkje witloof… mmmm, toch maar niet. Zout en peper op gedaan, olijfolie en rodewijnazijn. Je ziet: gewoon doen wat in je hoofd opkomt.

En tussendoor: proeven. Veel proeven! Tot je het ontzettend lekker vindt!

Zelf koken, seizoensgebonden en van de streek. Ook dat is Politiek!

Seed act

https://res.cloudinary.com/indiegogo-media-prod-cld/image/upload/c_fill,h_413,w_620/v1424207749/nofhqqkcbc6n1skbmgfv.jpg

Het is intussen al een tijdje geleden dat ik vernam dat een internationale groep vrijwilligers een film zouden maken over zaad. Enkele weken geleden vroeg ik mij af hoe het daar nu mee zat en… toen rolde een mail in mijn mailbox:

De film, “Seed act”, wordt momenteel gemonteerd. Het is een film over mensen die kiezen voor “vrije zaden”: zaden die door gelijk wie kunnen worden gereproduceerd en die van niemand privé-eigendom zijn.

De trailer is al klaar en ziet er veelbelovend uit (klik op de Engelstalige ondertiteling, want de Nederlandstalige functioneert voorlopig niet goed):

Seed act is een zeer-low-budget productie, en de makers moeten de nodige middelen via crowdfunding verzamelen. (Er zijn er zo nogal die dat doen 😉 ). Aangezien ik veel sympathie heb voor dit project, wil ik via deze weg een oproep doen!

Meer informatie over de film en de doelstellingen van het project vind je via deze link.

Vertrokken

Ik had de vorige keer al een tipje van de sluier opgelicht: mijn nieuwste project betreft de oprichting van een Permacultuur Magazine. Of laat ons zeggen: het in elkaar steken van een nulnummer voor een potentieel magazine: een teaser, iets om jou goesting te doen krijgen naar meer. En als er genoeg goesting is, komt er effectief ook meer: een écht Magazine, dat drie of vier keer per jaar verschijnt.

Schermafbeelding 2015-02-04 om 22.08.27Stap één is centjes verzamelen, en daar zijn we gisterenavond mee begonnen. En via mijn blog wil ik nu graag een oproep doen om ons initiatief te steunen!

Ons? Dat zijn Linder en Alex van Eetbaar Groen; Frank, Piet en Lucrèce van Yggdrasil, Marc en Caroline van Gevoel voor humus, Menno van Permacultuurcentrum Den Haag en Saskia van Studio Eironeia. En ikzelf natuurlijk.

Wil je meer informatie over het Magazine zelf en onze doelstellingen, werp dan een blik op onze website en kom daar regelmatig ’s terug piepen. Zo kan je alle ontwikkelingen volgen.

Wil je ons financieel steunen, heel graag! Dat kan via deze weg. Alvast merciekes!

Wil je nog op een andere manier helpen? Auteurs, fotografen en cartoonisten: laat van je horen via hoofdredactie@permacultuur-magazine.eu.

Enne… deel dit bericht. Met alle mensen die je kent! Twitter, facebook, per mail, laat je gaan!