De wereld redden?

Of je een boek goed vindt of niet, heeft vaak te maken of je er op het moment dat je het leest, er al dan niet klaar voor bent. Je herkent het vast wel: je begint een boek en legt het terug omdat het je niet aanspreekt. Een paar jaar later probeer je het opnieuw en dan ben je er helemaal weg van.

De laatste tijd lijken de boeken waar ik nood aan heb (of klaar voor ben) wel vanzelf naar mij toe te komen. Dat was al het geval met de essays en boeken van Charles Eisenstein. En nu ook met “Ver van huis, nieuwe moed in deze dwaze wereld” van Margaret J. Wheatley. Een nogal grijzig boekje dat ik bijna per ongeluk ontdekte op de boekenstand van Uitgeverij Jan Van Arkel, tijdens het permacultuurfestival. Na een tiental pagina’s wist ik al dat ik het boek zou verslinden en later wellicht nog vele keren opnieuw zal lezen.

Wheatley richt zich naar mensen die “de wereld willen redden”, en daar soms uitgeput, gefrustreerd, verpletterd en bedroefd van geraken. Het hele boekje is een oproep om niet langer vol woede, machteloosheid en wanhoop te reageren op een wereld die bol staat van verschrikkelijke en ontmenselijkende daden maar in plaats daarvan onze vaardigheden van mededogen en inzicht te ontwikkelen. Als we de verwachting koesteren om de wereld te redden, dan is frustratie en boosheid daar een logisch gevolg van. En dat leidt tot niets.

Zij vraagt om “de moed te hebben niet bij te dragen aan de angst en agressie van deze tijd. Om agressie niet met agressie te beantwoorden, om je bewust niet aan angsten over te geven en anderen te steunen om hetzelfde te doen… en voor vrede te kiezen.” Ze verwijst naar Chögyam Trungpa, een hoge Tibetaans-boeddhistische geestelijke:

“We kunnen de manier waarop de wereld is niet veranderen, maar door onszelf open te stellen voor de wereld zoals ze is zullen we bemerken dat zachtaardigheid, fatsoen en verschrokkenheid beschikbaar zijn – niet alleen voor ons, maar voor alle mensen.”

Doorheen het boek verwijst ze meerdere keren naar diverse onderdelen van het prachtige gedicht van Vaclav Havel, dat toevallig ook een beetje mijn lijfspreuk is en dat ik eerder al ’s op deze blog gepost heb. Geen wonder dat ik dit boek moest verslinden!

“Hoop is de kwaliteit van de ziel… een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart. Hoop overstijgt de wereld van de onmiddellijke ervaring, ze is voorbij de horizon verankerd.”

Waarschijnlijk hebben we te weinig Nederlandse woorden… Hoop (eerder in de betekenis van vertrouwen) zoals Havel het beschrijft, is immers een ander soort “hoop”dan de “hoop” ( (eerder in de betekenis van optimisme) wat Wheatley de keerzijde van de angst noemt, en leidt naar teleurstelling. Ze illustreert dit met de Stockdale-paradox. Stockdale heeft 7 jaar in een Vietnamees krijgsgevangenschap doorgebracht en nooit z’n vertrouwen in een goede afloop kwijtgeraakt. Zij die het niet overleefden, waren de optimisten, die zich vastklampten aan het geloof dat ze op een bepaalde datum zouden worden vrijgelaten. Datum na datum verstreek en de optimisten gaven het op. Stockdale zei hierover: “Je moet het vertrouwen dat je het uiteindelijk zal kunnen navertellen nooit verwarren met de discipline om de verschrikkingen van je huidige situatie onder ogen te zien.”

Het boekje bestaat uit drie onderdelen. De eerste twee delen zijn erg zwaar en zijn, terecht, extreem kritisch. Niet alleen voor de machtshebbers, die er niets van bakken en enkel met hun eigen belangen bezig zijn, maar ook voor onszelf, wij die ons ondermeer laten leiden tot steeds meer oppervlakkigheid en duimen omhoog of omlaag van de facebookcultuur. “Deze wereld is ontaard in een cultuur van achteloze, zinloze instant oordelen”, aldus Wheatley.

“Nu luisteren we enkel nog naar commentatoren die er dezelfde mening op na houden als wij, praten we enkel nog met mensen die net zo denken als wij en chatten we online alleen nog met mensen met een gedeelde belangstelling… Intellectueel gezien worden we lui, kuddedenkers, en zijn we nog maar één stap verwijderd van starheid, van het overtuigd zijn van het eigen gelijk, van het agressiever verdedigen van je mening, van een angstiger houding jegens alles en iedereen die anders is… Ik word voortdurend in mijn meningen bevestigd door de media en de commentatoren naar wie ik luister; zij bekrachtigen mijn meningen en dringen erop aan vooral zo te blijven denken, dat ik gelijk heb en de hele rest ofwel uit idioten bestaat of gevaarlijk is…”

(Oeps. Ik voel mij aangesproken…)

Toch is het een positief boekje. Het derde deel biedt handvaten om niet te verzanden in boosheid en op een andere manier om te gaan met de uitdagingen van deze “dwaze wereld”. Deel 1 en 2 zijn zwaar en soms erg confronterend, en bij het lezen ervan zie je heel erg uit naar deel 3. Van het derde deel zou je kunnen zeggen dat het al met al een beetje vaag blijft, en het roept bij mij ook vragen op. Je zou echter ook kunnen besluiten dat dit deel in de eerste plaats een opdracht is, een uitgewerkte opdracht voor activisten om zelf het hoofd boven water te houden maar vooral ook om andere mensen daadwerkelijk te activeren (en niet te ontmoedigen).

Ik zou nog tientallen citaten en wijsheden kunnen neerschrijven, maar zal het niet doen: lees het boek zelf. (Voor de taalpuriteinen onder ons: in deze Nederlandse vertaling zal je her en der een taalfoutje ontdekken, doe niet moeilijk en stoor je daar vooral niet aan). Het is een absolute aanrader.

Ver van huis, nieuwe moed in deze dwaze wereld, van Margaret J. Wheatley, Uitgeverij Jan van Arkel, ISBN 978 90 6224-525-3.

Advertenties

6 thoughts on “De wereld redden?

  1. Interessante post voor ieder, die als teleurgestelde idealist soms wat moed ingesproken moet krijgen. Het boek komt op mijn lijstje.
    Bedankt, hartelijke groet, Zem.

  2. Het doet me denken aan een interview dat ik ooit eens las, maar ik herinner me niet meer met wie… één of andere moderne filosoof denk ik. Het ging erover dat we de wereld niet moeten redden, de wereld zal dit zelf wel doen. Wat ook klopt, de planeet heeft de afgelopen miljoenen jaren al meerdere rampen overleefd en telkens zichzelf opnieuw uitgevonden. De mens mag er dan al in slagen om alles te vernietigen, het leven komt ooit terug, maar onder een andere vorm. Die gedachte helpt soms om bepaalde zaken te relativeren. Want dat is iets wat soms ontbreekt bij wereldverbeteraars: relativeringszin.

  3. Vaclav Havel….. hoop ….. vertrouwen ….
    Wat zei Ivanhof ? De liefde is als de zon. Die schijnt als een evidentie en vraagt zich niks af over het resultaat. Schijnen maar ….

    Nu

    Ik adem niet, ik zing.
    zelfs als ik zucht, klinkt het
    per ongeluk alsof ik
    een paar noten neurie
    die me vannacht, terwijl
    ik sliep, zijn voorgezongen.
    Het is alsof de lucht
    mijn deken is en ik
    mijn hoofd het liefst
    te rusten leg op het kussen
    van mijn longen, de plek
    waar ik mijn hartslag hoor
    in vierkwartsmaat:
    dat ik besta, dat ik besta.

    Bart Moeyaert,

  4. Ik weet niet of ik morgen dit boek lezen zal, ook niet of dit later het geval zal zijn.
    Ik weet wel dat jij, Esmeralda, boeiend, aanstekelijk, oprecht schrijft. Zo mooi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s