Waarom wieden ook leuk kan zijn

Het voorbije seizoen heb ik niet alleen in Quinten getuinierd, maar ben ik ook als vrijwilliger gaan meewerken bij twee bestaande permacultuurprojecten. Dat had vele voordelen. Op momenten dat je al ’s wat twijfels krijgt over je éénjarig permacultuurtuintje, word je van tijd tot tijd met de neus op de aangename feiten gedrukt, namelijk dat het werkt. Maarrrr dat je ook geduld moet hebben. Veel geduld totdat het lokale ecosysteem, en vooral je bodemecosysteem, zich herstelt.

Als ik zo terugblik op mijn vrijwilligerswerk in 2014, dan valt het mij eigenlijk wel op dat ik zeer veel heb gewied. In een permacultuurtuin laat je de planten zoveel mogelijk hun gang gaan. Ze mogen zichzelf uitzaaien, maar daardoor staan ze soms een beetje fout geparkeerd. Op het pad bijvoorbeeld. Of bepaalde plantjes zijn misschien iets té talrijk aanwezig. Wieden lijkt dan misschien een stom werkje, maar ik moet erkennen dat ik dank zij het wieden veel kruiden heb leren kennen, in de verschillende stadia van hun levensloop. Eens ik die herken, gaan ze mij steeds meer boeien. Wat hebben ze te bieden? Waar houden ze van? Kan ik er thee van zetten en waar is dat goed voor? Of kan ik ze gewoon opeten, of gebruiken om de soep te kruiden? Tenslotte heb ik ook veel kruiden ingepot, zodat andere mensen er content mee zijn.

4661066533_bceba552a8_z

Er zijn natuurlijk ook plantjes waar je écht niet veel aan hebt. Het “onkruid” zoals dat dan heet. Niet alleen op de verkeerde plek, maar naar perceptie gewoon een “foute plant”. En dan nog, ze zijn altijd nuttig omdat ze iets vertellen. Het zijn indicatorplanten. Als je de spontane begroeiing bekijkt van het oude pad van Quinten, dan zie ik bv. zeer veel kruipende boterbloem. Een eindje verder is er een grote vlek muizenoortjes. Uit dit alles leer ik dat dit gedeelte een barslechte grondstructuur heeft. Niet onlogisch want ik heb daar veel over gelopen. Kruipende boterbloem en muizenoortjes wandelen over de bodem heen met bovengrondse uitlopers. Geen van beide lijkt er moeilijk mee te hebben dat we ze altijd opnieuw betreden. Naast de muizenoortjes is er een stuk pad waar spontaan een heleboel klaver is beginnen groeien. Klaver wijst op een gebrek aan stikstof. En ook de muizenoortjes vertellen mij dat de grond op die plek voedselarm is.

Hieracium ?pilosella (mouse-ear hawkweed), basal foliageIk wou eigenlijk een stukje van dat oude pad omvormen tot een nieuw bed. Het is duidelijk dat daar werk aan de winkel zal zijn. En vooral geduld, totdat die bodem weer in orde is… Ik begin alvast met karton en mulch, later compost, en hoop dat ik zo snel mogelijk hulp krijg van “mijn personeel”: het bodemleven.

Interesseert het je ook wat de spontane begroeiing in je tuin te vertellen heeft? Op deze website staan een reeks vaak voorkomende “onkruiden” opgelijst, samen met informatie over de omstandigheden waar ze graag in groeien. Als je klikt op de naam van de plant, zie je een foto, een beschrijving ervan, en waarvoor het nuttig kan zijn (eetbaar, bijenplant, enz…). Ik ging er bijvoorbeeld tot voor kort altijd van uit dat een boterbloem een compleet nutteloze en giftige rotplant was, wel, blijkbaar is die toch nuttig voor solitaire bijen! Over de zuurtegraad van de bodem en de voorkomende indicatorplanten vind je meer info op deze fiche.

(Foto’s: Shandi Lee Cox (buttercup, Tom Potterfield (mouse-ear hawkweed)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s