Planten die elkaar graag zien

Wie zich een beetje verdiept in permacultuur, stuit vroeg of laat op het fenomeen “voedselbossen”. Voor mij is dit wel een beetje het summum van een permacultuurtuin, ja, misschien wel een beetje een droom. Bij een voedselbos produceer je in verschillende lagen (van boom, struik tot kruidlaag) lekkere (maar meestal niet erg alledaagse) dingen. Niet evident want je moet wel met veel dingen rekening houden…

Wie zich een beetje verdiept in hoe een voedselbos functioneert, stuit vervolgens op de “gilde”… Over die gilden is al veel inkt gevloeid… althans veel virtuele inkt. Recent verscheen er weer een e-boekje daarover, dat intussen enthousiast gedeeld wordt via de sociale media. Mooie gelegenheid om ook ’s mijn (virtuele) inkt te laten vloeien over dat onderwerp.

Waarover ik het nu eigenlijk heb? Nou, eigenlijk komt het er bij een gilde op neer dat je planten bij elkaar zet die elkaar graag zien: ze versterken elkaar op één of andere manier. Je creëert eigenlijk een lokaal ecosysteempje met planten (bij uitbreiding ook dieren) die elk hun eigen functie(s) hebben in het grotere geheel. Eigenlijk kan je het een beetje vergelijken met combinatieteelt in de moestuin: geen rijtjes van gelijke soorten, maar planten door elkaar. Niet zomaar vanalles door elkaar: je kiest zorgvuldig wat je bij elkaar zet en wat niet.

Wat wel en wat niet? Dat is de uitdaging… Het e-boekje waarover ik het daarnet had, ziet er op het eerste zicht leuk en interessant uit, maar is wel Amerikaans. Dus ok om je te laten inspireren (omwille van de gevolgde redeneringen), maar ik zou het toch niet zomaar klakkeloos kopiëren. Ook over combinatieteelt is al veel gepubliceerd. Verschillende bronnen spreken elkaar soms tegen als het gaat over wat je nu bij wat moet zetten en wat vooral niet.

Hoor ik dan bij de non-believers als het over plantengilden gaat? Absoluut niet. In een ver verleden, toen ik nog een student was, heb ik mij (voor mijn thesis) verdiept in plantenassociaties. Plantenassociaties zijn gemeenschappen van verschillende wilde plantensoorten die in de natuur vrij constant samen voorkomen. Ze komen voor op een bepaald biotoop met specifieke kenmerken. Of ze daar samen zijn omdat ze elkaar graag zien, of gewoon omdat ze het naar hun zin hebben op die plek, is dan weer een andere vraag. De kenmerken van die plek spelen zeker mee: op een vochtig stuk grond moet je geen droogteminnende planten zetten, op verstoorde grond zullen altijd vooral pioniers groeien.

Maar hoe dan ook kan je wel een zekere logica hanteren als je planten bij elkaar zet. Een gilde moet je niet gaan kopiëren, maar moet je ontwerpen. Eén van de interessantste lessen tijdens mijn permacultuurontwerpcursus (PDC) ging over het samenstellen van zo’n gilde en de factoren waarmee je rekening kan houden bij dit ontwerp: de gildebouwer! Hieronder kort samengevat:

Je kiest een plant waarrond je een gilde wilt bouwen. Bijvoorbeeld een appelboom. Dat is de kernplant. En dan helpen (samengevat) volgende vragen je verder:

  • Welke planten kunnen deze kernplant ondersteunen op vlak van voeding? Wie kan stikstof uit de lucht fixeren, nutriënten uit de diepe ondergrond halen (penwortels),…?
  • Welke planten kunnen de kernplant ondersteunen op vlak van bodembedekking (om onkruid te bestrijden)? Moeten dat éénjarigen zijn of vaste planten? (waarom?)
  • Gaan we mulchen? Kan de mulch ter plekke geproduceerd worden (bv. smeerwortels) of moeten we blijven aanvoeren? Vanwaar komt de mulch?
  • Welke planten kunnen deze kernplant ondersteunen op vlak van vochtregulering? Staat die plant zelf wel op een goede plek? Niet te vochtig of te droog? Indien “te”, zijn er dan planten die dit mee kunnen regelen?
  • Hou je rekening met het wortelgestel? Combineer diep wortelende planten met oppervlakkig wortelende planten om competitie te vermijden.
  • Welke planten kan je laten klimmen in de kernplant? We willen de ruimte optimaal gebruiken, vandaar… Maar hou dan wel rekening met de groeikracht van kernplant en klimmer. De ene mag de ander niet teveel hinderen, er moet een win-win zijn. Kan die klimplant een bijkomende functie hebben die de kernplant versterkt? (voeding, bijen aantrekken,…)
  • Welke planten kunnen de kernplant helpen op vlak van bestuiving? Dat zijn planten die op hetzelfde moment bloeien, planten die aantrekkelijk zijn voor bijen en andere bestuivers.
  • Welke planten kunnen de kernplant helpen door plaaginsecten te misleiden of te “vangen”? Misleiding kan door geur. Of als je planten bij elkaar zet die verschillend zijn van kleur of bladstructuur, geraken de plaaginsecten ook in de war. Of je kan plagen “opvangen” in planten die je dan opoffert. Oostindische kers bijvoorbeeld vangt de bladluizen op.
  • Welke planten trekken natuurlijke vijanden aan? Een bloemenrijke tuin trekt insecten aan, zoals zweefvliegen die de larven van bladluizen opeten.

http://treeyopermacultureedu.files.wordpress.com/2012/07/slide0931.jpg

En dan zijn we er nog niet, want je mag de omgevingsfactoren (aard van de bodem, temperatuur, microklimaat,…) niet vergeten. En de factor tijd! Bomen worden groter, nemen licht weg, enz… Na verloop van tijd zullen er onder die boom andere planten groeien. Met gilden werken, is in vier dimensies werken… Niet zo evident. Goed nadenken en dan uitproberen, denk ik dan… “Gebruik zelfregulering… en accepteer feedback“.

Interessante website met veel informatie over planten en hun kenmerken: Plants for a future (PFAF).

Figuur: http://treeyopermacultureedu.wordpress.com

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s