Mens en natuur

“Wat schuilt er achter de nieuwe wildernis”, is de titel van een interessant artikel in het recentste nummer van Oikos. Glenn Deliège wijst in dit artikel op de twee kampen die zich lijken te ontwikkelen in het natuurbehoud. Zelf ben ik uiteraard geen doctor in de milieufilosofie zoals de auteur van dat artikel. Maar toch vraag ik mij – als simpele permie – af of er misschien nog een derde weg is…

Enerzijds zijn er de voorstanders van – wat Deliège noemt – het traditionele natuurbeheer, die volhouden dat de mens sturend moet optreden in de natuur omdat het soort natuur dat je wil behouden nu éénmaal een menselijk bemiddelde natuur is. Het gaat om het behoud van het traditionele landbouwlandschap. In een aantal marginale landbouwstreken zijn het vooral de subsidies van het Europese landbouwbeleid die de landbouw rendabel houden. Landbouw in die regio’s wordt dan ondersteund, niet zozeer omdat we die productiecapaciteit nodig hebben, maar om de unieke plattelandscultuur met bijhorende natuur te beschermen. Deliège citeert een zekere Morris-Jones die het landschap opvat als een archief dat de geschiedenis van de gemeenschap bewaart.

libelNatuurbehoud als cultureel erfgoed dus. Net zoals je een middeleeuwse burcht gaat beschermen en zonodig restaureren, ga je dat ook met natuur doen (zij het dat de beweegredenen uiteraard anders zijn). Als gevolg van de intensieve landbouw, dreigen verschillende planten en diersoorten te verdwijnen. In erkende natuurgebieden zoals de mij zeer geliefde Damvallei in Gent, gaat men dan (met Europese LIFE middelen) ingrijpen om de oorspronkelijke (wat betekent “oorspronkelijk”?) biotopen te herstellen en zo zeldzame soorten nieuwe kansen te bieden. Ook het Europese landbouwbeleid voorziet een zekere bescherming van de natuur via subsidiemogelijkheden van het plattelandsbeleid en de nieuwe (zij het halfslachtige) vergroeningsmaatregelen. Boeren worden dan ingezet om mee te werken aan het natuurbehoud.

Anderzijds wijst Deliège op een tweede kamp in het natuurbehoud: de “herwilders”, die geloven dat een natuur zonder menselijke bemiddeling net zo rijk, of zelfs rijker kan zijn dan een door de mens beheerde natuur. Voorvechter hiervan is George Monbiot, Britse auteur en journalist die ook bekend is van het klimaatdebat. Een voorbeeld van herwilden is wat er gebeurde in het Yellowstone National Park en geïllustreerd wordt in het filmpje van dit stukje dat ik eerder schreef. Dichter bij huis zijn er de Oostvaarderplassen in Nederland waarover de film “The new Wilderness” is verschenen. Voor wie die film nog niet gezien heeft, hij is wel erg de moeite waard. Hieronder alvast de trailer:

Wat mij opvalt, is dat het accent steeds op het verleden ligt en dat men iets van vroeger wilt behouden en beschermen. In de visie van Morris-Jones krijgt de mens wel z’n rol toebedeeld – Deliège stelt dat hij een “antropocentrisch principe” voorstaat, zij het “in de beste zin van het woord”, want “een antropocentrisme dat gepaard gaat met een zorg voor het landschap dat als erfgoed beschouwd wordt”. Terwijl Monbiot dat type natuurbeheer ziet als een soort botanische tuinen, beheerd door mensen die bang zijn voor de wanordelijke, ongeplande, ongestructureerde heropleving van de natuur. De rol van de mens wilt hij dus minimaliseren. Het is als het ware een beetje terugkeren naar een situatie voordat de mens bestond. In die optiek, terug naar iets van vroeger, zie ik niet zoveel verschil tussen beide “kampen”. Daar wil ik, voor alle duidelijkheid, geen waardeoordeel aan verbinden. Wat beide kampen bindt, is volgens mij dat ze allebei bezorgd zijn om het verdwijnen van bepaalde (telkens andere) soorten en dat ze habitats willen creëren om dat te vermijden.

De manier waarop je met permacultuurprincipes naar natuur kijkt, lijkt mij nog een andere weg. Bij een ideaal landbased permacultuurontwerp maakt de mens met al zijn behoeften integraal deel uit van de natuur. Een permie gaat met de natuur samenwerken om aan z’n behoeften te voldoen. Niet enkel de behoefte om bepaalde soorten te beschermen, maar ook de behoefte om te eten, zich te huisvesten, enz. Zoals het natuurbehoud optimale omstandigheden (habitats) gaat creëren om bepaalde bedreigde soorten te beschermen, zo gaat een permie die voedsel wilt produceren, optimale omstandigheden creëren om natuurlijke vijanden van plaaginsecten het leven aangenaam te maken. Daarbij wordt wel abstractie gemaakt van het feit of die soort dan al dan niet zeldzaam is en beschermd moet worden. De reden waarom je in dergelijk geval een geschikte habitat voor die bepaalde soort (bv. een egel) kiest, is omdat hij jou kan helpen bij je voedselproductie.

Daarnaast is er bij permacultuur ook de zonering, in het bijzonder de zone vijf waar niet wordt ingegrepen en waar je de natuur z’n lang laat gaan. 19 jaar niets doen op een ex-aardappelveld creëerde bij Yggdrasil dit resultaat:

20130629_yggdrasil_0075Een zone vijf is belangrijk in een permacultuurontwerp omdat je op die manier meewerkt aan de verweving van de natuur en corridors voorziet. Het is ook belangrijk om te kunnen observeren: op basis van wat er spontaan groeit in zo’n zone vijf, kan je interessante lessen leren over de gesteldheid van je bodem, het microklimaat en de plantensoorten die goed gedijen op je grond.

Door dit te schetsen, wil ik zeker niet zeggen dat het bekende natuurbehoud (of het nu het traditionele natuurbehoud is of de herwildingsprojecten zijn) niet nodig zijn. Bij een ontwerp op grotere schaal kunnen ook deze meegenomen worden. Bij het ontwerpproces van permacultuur ga je in het begin steeds stilstaan bij de doelstellingen die je wilt bereiken. Productie is vaak een doelstelling, maar het kan ook zijn dat je als doelstelling voor een bepaald landschap hebt dat je bepaalde soorten wilt beschermen en daar habitats voor wilt creëren. Net zoals je ook nog andere doelstellingen kan realiseren, zoals waterberging, recreatie, enz…  Maar dan wel allemaal in samenwerking met de natuur. En vanuit het idee “meerdere elementen vervullen meerdere functies – elke functie wordt ingevuld door meerdere elementen”. Dat is volgens mij de meerwaarde van permacultuur. Ook voor Natuurpunt en ANB!

Foto: libel (Ana Cotta)

Advertenties

7 thoughts on “Mens en natuur

  1. Fijn, zoals je de dingen in zijn juiste vergelijk en de meerwaarde die permacultuur biedt of kan bieden – steeds weer – zo mooi aflijnt en onderscheidt van al het andere. En vooral door te benoemen en te benadrukken wat dat ‘extraatje’, dat motiverende, dat speciale en de expertise van permacultuur is! Top!

    • Dankje, Krienie! Ik zat hier al langer op te broeden. Het artikel van Deliège was een goeie aanleiding, omdat hij het wel erg scherp stelt.

  2. Mijn writers block weerhoudt mij van een uitvoerige uiteenzetting, maar de uiteenzetting van aangehaalde schrijvers rammelt en bijgevolg ook jouw redenering. Vertrek met een basiscursus ecologie en dan zie je het zelf ook.En, by the way, Het is zeer gedurfd om Yellowstone en de Oostvaardersplassen naast elkaar te plaatsen.
    Jos

    • hey Jos, ik sta altijd open voor kritische commentaar, maar deze is niet echt duidelijk.
      Mijn pleidooi houdt, samengevat, in dat je bij de relatie mens-natuur onmogelijk de mens als iets apart kan zien, als mens maak je deel uit van het geheel, of je dat nu wilt of niet. Als je natuur enkel ziet als iets wat buiten jezelf staat en je jezelf enkel wilt beperken tot behoud daarvan, dan ben je volgens mij te beperkt bezig. Met de natuur kan je ook samenwerken om je doelstellingen te bereiken (bv. productie, waterberging,… tot behoud van soorten), en dat is de bedoeling bij landbased permacultuur.
      Het project in Yellowstone en de Oostvaarderplassen hebben allebei “rewilding” als achterliggende doelstelling. Uiteraard in twee totaal verschillende gebieden, het ene is uiteraard veel grootschaliger dan het andere en kan ook verder gaan dan het andere (zie ook http://mentalfloss.com/article/55034/9-controversial-experiments-rewilding voor een uitgebreidere “gedurfde” lijst).

  3. Permacultuurprojecten in de zin van ontwerpen van kleine en grote moestuinen, al dan niet met/ in de vorm van een voedselbosje en uiteraard met een zone-tje 5 lijken me prima, maar het zal een marginaal fenomeen blijven naar landgebruik/milieu/natuur toe .
    Ik heb het over Vlaanderen.
    Permacultuurprojecten in de zin van agroforestry zien als een waardig alternatief dan kan concurreren tegen de 2 vormen van natuurbeheer die je noemt, vind ik een foute denkpiste. Beter lijkt het me werk te maken agroforestry als alternatief voor onze maïscultuur….

    • Permacultuurprincipes kan je ook toepassen op landschapsbeheer en ruimtelijke ordening. Die zou je dan vorm moeten geven volgens het idee “meerdere elementen vervullen meerdere functies – elke functie wordt ingevuld door meerdere elementen”. Op die manier kom je tot een meerlagig landschap. Ruimte krijgt dan verschillende functies, en je denkt na over de verschillende doelstellingen die je met de beperkte ruimte die je ter beschikking hebt, moet realiseren. Dat is gekend bij permacultuur op kleine schaal, maar waarom zou je die manier van werken niet toepassen op grotere schaal? In Vlaanderen vertrekt men vandaag nog teveel van een scheidingsdenken.
      Wat natuurbeheer betreft: het is uiteraard nodig dat zeldzame soorten en biotopen moeten beschermd worden. Maar ik vind het niet goed dat natuurbeheer in algemene termen abstractie wilt maken van de hedendaagse mens met z’n noden (en ook z’n impact). Wat ik hierboven schreef, is dat natuurbeheer voor mij OOK is: samenwerken met de natuur en die samenwerking inzetten om menselijke doelen (waaronder het behoud van soorten en biotopen) te realiseren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s