Overheid komt van Mars, boeren van Venus

Ik vertel niet veel over mijn professioneel werk op deze blog. (Dat doe ik al genoeg op dat werk zelf). Uitzonderingen bevestigen de regel, zeggen ze, dus doe ik het vandaag bij wijze van uitzondering toch eens.

Vandaag was er een conferentie van de koepel van de biologische sector, IFOAM-EU group. Thema van de dag was de herziening van de Europese biowetgeving, het biologische lastenboek zeg maar.

Al jarenlang zeurt de biosector bij de Commissie naar allerlei concrete verbeteringen van dat lastenboek, waaronder duidelijke regels voor biologische teelt in serres. Er zitten wat heikele punten tussen, en de Commissie lijkt er een sport van te maken om heikele punten voor zich uit te schuiven. Maar nu is ze wel in actie geschoten. Niet voor de biologische serres, neen. Wel voor de rest van de biologische regels.

Bio bestaat al vrij lang. Langer dan de Europese Commissie. In een notendop: de eerste basisprincipes van bio zijn ontstaan in de jaren twintig van de vorige eeuw. De restproducten van de industriële revolutie gingen naar de landbouw. Een aantal boeren vond dat niet ok en zo is bio ontstaan. In Vlaanderen heeft het wat langer geduurd: pas in de jaren ’70 landde bio bij ons via de biologische moestuiniers.

In de loop van de jaren waren er meerdere “scholen” voor bio, en geleidelijk aan ontstonden verschillende lastenboeken. Die ontstonden van onderuit: boeren bekeken met consumenten welk soort landbouw ze wilden, ze goten dat samen in diverse regels en zorgden ervoor dat er controle kwam. Bioboeren content, bioconsumenten content.

Pas in de jaren ’90 ontstond de Europese biowetgeving. Voor liberaal Europa waren die vele lastenboeken verschrikkelijk ambetant want ze verhinderden de vrije handel tussen de landen. Na enig gebakelei ontstonden gezamenlijke regels voor plantaardige productie, en na zeer veel gebakelei (en acht jaar verder) ook voor dierlijke productie.

Tussen de jaren negentig en nu is nog veel gesleuteld aan die wetgeving. De lastenboeken die ooit door sterk gemotiveerde boeren en consumenten zijn opgesteld, liggen intussen volledig in handen van die overheid, daar (voor boeren) in het verre Brussel, met ambtenaren die wellicht nog nooit een riek in de handen hebben gehad, laat staan een koe gemolken. Ze consulteren al ’s een groep wetenschappers, maar ook hen zal je zelden op vuile nagelriemen betrappen.

Vandaag leek het wel de apotheose van die ontwikkeling. Tijdens de conferentie zag ik twee werelden: de wereld van de Europese ambtenaren en de wereld van de bioboeren. Mijlenver uit elkaar en behoorlijk emotioneel. Je kan je perfect in beide situaties inleven: de kijk van de naïeve euro-ambtenaar die het goed meent, de sector wilt “helpen” – enig paternalisme is hem niet vreemd. En de kijk van de bioboer, die niet wil meedoen aan de chemische landbouwvoering, maar een inkomen moet realiseren binnen de harde realiteit van de (Europese) vrije markt.

Ze begrijpen elkaar niet.

Ik denk dat het weer een beetje meer van onderuit zou mogen komen.

(Foto: Wendell)

Advertenties

Delen

Het wilt maar niet regenen. Niet echt toch.

En da’s slecht nieuws, zowel voor Quinten, als voor deze blog, die een beetje op de achtergrond is gekomen, nu ik elk vrij moment buiten tracht te zijn, bij Quinten, of in andermans tuin, of gewoon weg op de fiets. Want, jawel, we hebben – op ’t gemakske – deel 2 van de Vlaanderen Fietsroute gedaan, volgens dezelfde formule als deel 1. Zij het dit keer met aangename temperaturen.

Dat Couchsurfing een heerlijke formule is, is opnieuw gebleken. De eerste nacht werden we in de watten gelegd door de moeder van circusartieste Annemie; de tweede nacht kregen we een hartelijke ontvangst van Ida in haar living in verbouwing. Zij fietste met ons mee naar het Hallerbos, dat nu op z’n allermooist is met dat tapijt van boshyacinten. De volgende plek was mij natuurlijk al bekend, Hof ter Wilgen, en het was heerlijk om zien hoe de tuin daar weer helemaal tot leven is gekomen na de winter. Om te eindigen bij Lode, goeie vriend, in het prachtige Arc-Wattripont.

Nogmaals: om mooie dingen te zien en leuke mensen te ontmoeten hoef je niet altijd het vliegtuig te nemen naar de andere kant van de wereld ;-).

Wat dat nu allemaal met permacultuur te maken heeft, zou je je nu kunnen afvragen. Nou, permacultuur heeft drie ethische principes: “zorg voor de aarde”, “zorg voor de mens” en “delen van de overvloed”.

permaculture_ethicsIk vind het interessant om die drie ethische principes te vergelijken met, wat voor sommigen de essentie is van “duurzame ontwikkeling”, nml. een ontwikkeling waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met ecologische, sociale en economische verzuchtingen. Het P-P-P model: “people”, “planet” en “profit”. Ik heb het er altijd moeilijk mee gehad dat profit op dezelfde hoogte werd geplaatst als “people” en “planet”. De economie heeft tenslotte de aarde (en ook de mens) nodig om te kunnen functioneren, terwijl de aarde best wel zonder die economie kan.

3P1Plaats je daar de drie ethische principes van permacultuur tegenover, dan zie je wel duidelijke overeenkomsten, alleen dat economische luik is wel een totaal andere invalshoek. “Profit” is helemaal iets anders dan “delen van de overvloed”…

Veel teksten over permacultuur gaan over (bos)tuinen, sommige focussen op het sociale “mens” aspect, maar ik heb nog niet veel gezien over dat derde luik. Toch niet waar duidelijk het verband wordt gelegd met permacultuur. Want ze zijn er natuurlijk: bijvoorbeeld letsen, Peerby, en uiteraard… couchsurfen. Bij al die initiatieven staan uitwisseling en delen centraal.

Eergisteren verscheen een alarmerend bericht in de media, namelijk dat mensen die aangesloten zijn bij Couchsurfing of AirBNB een brief zouden krijgen waarin hen zou worden gevraagd om zich in regel te stellen met de wettelijke bepalingen voor toeristische accomodaties (o.a brandbeveiliging). Je zou haast geloven dat het een aprilgrap was, maar dan 14 dagen te laat. Via de sociale media kwam een storm van protest op gang, en wat later haastte de Minister zich om te melden dat Couchsurfers dan toch niet zouden geviseerd worden.

Ach ja, ’t zijn binnenkort verkiezingen zeker?

Geef mij duizend kikkers

Of honderd is misschien ook al goed. ‘k Wil maar zeggen: mijn beste Quinten zit met een slakkenplaag. Zoveel, dat ik er een kikkerkwekerij mee zou kunnen beginnen :-). Ik wist dat dit zou gebeuren. En straks komen de eitjes uit…

Slug eggs and babyDat ik wist dat dit zou gebeuren? Uiteraard. Het is een zachte winter geweest. En met al die bodembedekking heb ik een paradijs gecreëerd voor allerlei beestjes: veel toffe maar ook minder toffe. Waaronder slakken. Maar onder die bodembedekking heb ik ook massa’s regenwormen aan het werk gezien: dikke, dunne, zeer dunne, lange, korte. Indrukwekkend! En dat maakt mijn dag weer goed: mijn bodem is zo slecht nog niet! En die wormen zijn content met al dat organisch materiaal dat ik toegediend heb.

“Ik ken daar een goed middeltje voor,” zeggen ze in familiale kringen, “tegen die slakken”. ’t Gaat over “Escar-go” en co natuurlijk, producten op basis van ijzerfosfaat. Ook Natuurpunt beveelt dit aan. Dat product verlamt de kropklier van de slak. Die kan niet meer eten en trekt zich terug in z’n schuilplaats, waar hij na twee tot vier dagen crepeert. Geen vieze dode slakken in den hof. Probleem van de baan en ’t is proper.

Escar-go heeft het imago milieuvriendelijk te zijn. Ik heb het altijd al vreemd gevonden dat pesticiden milieu-VRIENDELIJK zouden kunnen zijn. Het blijven gewoon chemische massawapens. Op de verpakking staat dat je moet opletten voor waterverontreiniging en: “om vogels te beschermen moet u gemorst product verwijderen”. Dat laatste vind ik wel een beetje grappig geformuleerd want als je dat product strooit, dan kunnen die vogels daar toch ook aan zitten. Het verschil tussen morsen en strooien is niet meer dan de menselijke intentie (bedoeld of onbedoeld) en daar kunnen vogels geen onderscheid tussen maken, denk ik dan.

Bovendien doodt dat product alle slakken, zowel naakt- als huisjesslakken. Nu heb ik een heel kleine sympathie voor die huisjesslakken, want die eten de eitjes van de naaktslakken op. Ook de wereld van de slakken is heel divers.. Er zouden ook afval-opruimers tussen zitten. Maar daar heb ik mij nog niet in verdiept. Misschien moet ik dat wel ’s doen.

Maar dat product ga ik dus niet gebruiken, dat zou wel een beetje flauw zijn.

“Observeer en interageer” zegt het eerste permacultuurprincipe. En wat zie ik? Dat die snoodaards alleen maar vreten aan de planten die IK daar gezet heb: de smeerwortelplantjes, de (allemaal zo mooi gelukte) rodebessenstekjes, de keizerskroon, de ééndagslelie,… Ze hebben veel minder interesse in de plantjes die er al stonden (van de vorige tuiniers) noch in diegene die vanzelf opkomen. De voorjaarsbloeiers, de frambozen, allerlei sierplanten, allerlei kruidachtigen, ze doen het nog allemaal fantastisch bij Quinten! Interessant gegeven lijkt mij dat, en een punt extra voor de overblijvende planten. Benieuwd of dat zo blijft.

Een aanzet tot takkenril heb ik al. Egels zijn welkom, maar hebben de rommelhoekjes van Quinten nog niet ontdekt. Vogels hebben Quinten wel al ontdekt, o.a een koppeltje merels. Ik zal nu dringend dat poeltje beginnen graven voor mijn duizend kikkers die al die slakken moeten opeten. ’t Zal een eetfestijn zijn voor die beesten, een waar paradijs! Volgende winter zal ik beter nadenken over mijn plantkeuze. En verder… geduld uitoefenen… veel geduld.

(Ik denk dat ik met dit stukje wel een stok in het hoenderhok zal hebben gegooid! Benieuwd naar de reacties…).

Foto slakkeneitjes: Mate2Code